- De supervisant wil 'leren, en dat is veranderen';
- in supervisie leert de supervisant op een geïntegreerde manier het werk uitvoeren. Dat vraagt persoonlijke betrokkenheid van de supervisant;
- door de supervisie krijgt de supervisant inzicht in het eigen functioneren binnen het werk. De supervisant leert hierdoor de gevoelens, de houding en het handelen op elkaar af te stemmen;
- het is leren door middel van reflectie. Dat veronderstelt, dat je leert zien wat het gesignaleerde met je doet;
- het gaat om leren te handelen op basis van zelfsturing. Dat betekent een handelen uitgaande van jezelf. Door zelfsturing en reflectie krijgt de supervisant zicht op het eigen handelen;
- hij leert zichzelf in te zetten als belangrijk instrument in contact met anderen. Dat vraagt een grote betrokkenheid op de eigen persoon;
- hij maakt na elke supervisiebijeenkomst een reflectieverslag.
De rol van de supervisor
- Hij begeleidt het leerproces van de supervisant;
- hij mag zich bezighouden met de werkervaringen van de supervisant en die ervaringen aan de orde stellen;
- hij is verantwoordelijk voor het goed verloop van het supervisieproces;
- hij is alert op wat (on)bewust niet wordt ingebracht.
|
|